Van hunnie, zullie en ons soort mensen

drie dames in carnaval tenu Ja, ik hoor ze alweer. De olijke verwijzingen op de nationale radio naar Oeteldonk en Kielegat en de plaatselijke FC die ‘deur tapt’ in de nieuwste carnavalskraker. De toon waarop ik dit neerschrijf verraadt dat ik te zeer uit de klei van boven de rivier ben getrokken om me echt te kunnen inleven in dit bijzondere fenomeen. Maar dit maakt het niet minder fascinerend.

Ik breng nog steeds een aanzienlijk deel van mijn professionele leven door tussen kosmopolitisch georiënteerde creatieve mensen uit de Randstad. En iedere keer verbaast het mij wat voor metamorfose er plaats heeft in het vroege voorjaar bij een aanzienlijk deel van hen. Met de lenteroep van het zuiden werpen zij de modieuze slangenhuid af en verruilen die voor boerenkiel of een sexy speeloutfitje.

Plotseling komt hun verbintenis met die regio op de voorgrond. Plotseling verdwijnen andere groepen waar zij zich in de rest van het jaar net zozeer mee identificeren even naar de achtergrond.

Het is een mooie illustratie van de dynamiek bij sociale identificatie. Zeker in onze postmoderne tijd. We voelen ons onderdeel van verschillende ‘in’-groups en zijn gewend daarbinnen af en toe te wisselen.

Sociale identificatie is de kracht die organisaties bindt. Medewerkers die zich positief en affectief verbonden voelen met de organisatie waar zij deel van uitmaken zijn productiever en trouwer. Toch ligt het genuanceerder dan dat. Het blijkt dat de identificatie op groepsniveau, zoals met de afdeling of een bepaalde directe teamstructuur over het algemeen sterker is dan die op organisatieniveau.

Dit levert vaak barrières op in trajecten waarin het management probeert haar interne merk te versterken. Verandering – hoe klein ook – brengt juist de identificatie met de in-group (vaak de afdeling, zo deden we de dingen toch altijd, dat geldt echt niet voor ons) naar de voorgrond. De uitdaging ligt er dus in om juist ook de positieve binding op groepsniveau positief in te zetten in dit proces. Dit is ook waarom een bottom-up fase cruciaal is om mensen daadwerkelijk mee te krijgen.

Bij identiteitsmarketing gaat het om het activeren van een sterke sociale identificatie met de organisatie en haar betekenis op overkoepelend niveau. Juist omdat dit consistent handelen naar de markt mogelijk maakt en omdat het medewerkers inspireert in het waarom van hun doen en laten binnen de organisatie.

Voor grotere organisaties is het echter cruciaal om hierin de dynamiek te onderkennen die hieronder ligt. Die van de verschillende groepen waarmee hun medewerkers zich identificeren. Het gaat erom dat er dialoog ontstaat over hoe die groepsidentificatie is verbonden met het organisatiedoel.

Did you like this? Share it:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *